zondag 7 september 2014

Schoonheid, schoonheden, de schoonheid

Het begint een beetje een traditie te worden, ik zet thee, nestel me voor mijn laptop neer en schrijf wat van me af.
Ik had allerlei ideetjes voor een artikeltje al opgeschreven, half uitgewerkt en ik zou er zo een uit kunnen kiezen maar toch staat dat idee me niet aan. De ideeën die ik al op papier heb gezet zijn leuk, maar ik wil vandaag over iets anders schrijven.
Het gene waar ik vandaag het over wil hebben is over de schoonheid.
Dé schoonheid? Klinkt alsof ik het over de essentie van alle schoonheid praat, de opperschoonheid van allemaal. Dat bedoel ik niet, hoewel schoonheden altijd iets met elkaar gemeen hebben, ervaar je elke schoonheid als iets anders.
Terwijl ik dit typ is het 6 september, een heerlijke zaterdag waarbij ik pas vanavond plannen heb. 
De thee staat naast me aandachtig waterdamp te produceren, in de meest bijzondere vormen, alsof het mij iets wil vertellen.
De scheikundige onder jullie zullen me uit die droom helpen door me te vertellen dat het gewoon moleculen zijn die onwijs snel trillen en... de rest ben ik vergeten, ik heb een half schooljaar scheikunde gehad en het enige wat het nu kan doen is het uit mijn droom halen dat de thee expres zulke mooie vormen van waterdamp maakt.
Ik ben iemand die volgens mij liever dingen onwetend en magisch beschouwt dan iemand die dingen wetend en wetenschappelijk beschouwt, jammer genoeg heb je geen keuze zodra je de kennis opgedaan hebt. 
Gezien ik mijn mooie kopje thee niet zo goed in beeld kan brengen, ben ik naar mijn eeuwige bron van foto's en plaatjes gegaan (lees: Tumblr) en heb ik het bovenstaande plaatje gevonden wat de situatie beter schetst dan mijn vage foto's.
Ik vind het mooi, de manier waarop de waterdamp naar boven kronkelt, om uiteindelijk de gehele lucht te vullen. 
Dat ik er uren naar kan kijken is niet waar, gezien de kronkels met de minuut minder hoog komen en uiteindelijk helemaal verdwijnen, maar die paar prachtige minuten dat dit schouwspel duurt, die minuten vul ik meestal met gefascineerd kijken naar de eeuwig unieke vormen.
Het doet me denken aan wanneer je een verfkwast uitspoelt in een glaasje water, waardoor de verf zich kronkelend verspreid door het water om uiteindelijk, net zoals de waterdamp de lucht vult, het hele water vult met zijn kleur.
Wat deze dingen met elkaar te maken hebben? Voor mij zijn ze pure schoonheid.


Schoonheid is een begrip wat zoveel omvat, eigenlijk omvat het alles wel. 
Alles en iedereen kent zijn schoonheid.
Ik ga eventjes mijn favoriete dichter tot nu toe quoten, beter bekend als John Keats:
Beauty is truth, truth beauty,—that is all
Ye know on earth, and all ye need to know.
— John Keats


Ik ga vandaag gewoon een paar dingetjes behandelen waar ik heel veel schoonheid in zie, gezien schoonheid eigenlijk een subjectief begrip is, is het heel goed mogelijk dat jij die schoonheid niet ziet of niet begrijpt.
Ik zal de volgende twee onderwerpen gaan behandelen; foto's en gedichten.
Het mooie van kunst vind ik dat het je kan raken, je er zelf een verhaal bij kan verzinnen en dat je iets mooi kan vinden zonder het te kunnen beschrijven. Dit laatste frustreert mij soms, gewoonweg omdat ik het heerlijk vind dingen te omschrijven, te benoemen en met woorden te versieren. Ik zal hier en daar wat bij tikken, waarom het me zo aanspreekt, waar ik de schoonheid in vind, maar hier en daar zal ik het ook aan jullie verbeelding overlaten. Enjoy. 
The purpose of art is washing the dust of daily life of our souls.
—  Pablo Picasso

Dat was nog eens een royale intro van een artikeltje, mag ook wel eens toch?
Laat ik niet nog meer proberen te vertellen over wat er in dit artikeltje komen gaat en laat je verrassen. 

First things first; foto's.


Foto's 

Laatst rolde er een mailtje in mijn mailbox over het feit dat ik een nieuwe volger had op bloglovin'. Bloglovin'? Ah ja, ik heb inderdaad ooit bloglovin' aangemaakt! 
De meeste mensen volgen mij gewoon via Google+ of Facebook dus mijn Bloglovin' profiel was ik alweer een beetje vergeten. De blogs die ik volg staan bij mijn favorieten bij Google en eerlijk gezegd doe ik er dus niet veel mee. 
Om het niet te verwaarlozen ben ik er weer eens gaan rondkijken, heb ik wat blogs bekeken, maar niets gevonden waar mijn hart zo veel sneller van ging kloppen.
Tot ik ging zoeken op 'Fotografie'. Ik vond een blog, een artikel eigenlijk, en ik was verkocht. Ik ga geen enkele foto overslaan en ik zet ze allemaal in mijn artikeltje deze schoonheid wil ik niemand ontnemen. Het gehele blog heet Colossal, en het artikeltje waar ik verliefd op werd Dreamlike Conceptual Self-Portraits Fused with Dance by Kylli Sparre. De volgende foto's waren hierin te zien, ik was sprakeloos.










De foto's spreken voor zichzelf, ik kan vaak genoeg zeggen hoe mooi ik ze vind. Het zijn inderdaad dromerige zelfportretten, zoals de naam ons al vertelt, maar ze zijn zoveel meer dan dat. De kleding speelt een onwijs grote rol en ik vind de keuze perfect gemaakt. Op een of andere manier is het een zelfportret waar het zelf niet eens altijd het eerste is waar je naar kijkt, het valt op, maar er zijn altijd kleine touches die net zoveel of nog meer opvallen. 
Deze twee zijn mijn favorieten. Op de rechtse foto vind ik de bloemen onwijs mooi gepresenteerd als muziek, terwijl zij zelf heel vredig in een mooie jurk ligt, alsof ze danst op de noten van de bloemen.
De linkse foto springt er onwijs uit, het contrast tussen het zwart en het wit en dan die felle haarkleur die tussen rood en roze inzit is prachtig. Zijzelf is heel simpel aangekleed en de textuur van de zwarte vlaag die ze als het ware vasthoudt spring hierdoor nog meer naar voren. De woorden die ik gebruik zijn allemaal te boers, te plat en lang niet chique genoeg om deze foto's te omschrijven. 

Gezien deze fotoreeks mij zo onwijs goed beviel, ben ik verder gaan snuffelen op dit blog vol met verzamelingen van prachtige kunstwerken.
De volgende fotoserie sprak me wederom onwijs aan, het heet; 

"New Conceptual Fine Art Photography from Oleg Oprisco"









Ik heb deze tweede serie foto's nu al een paar keer bekeken, het verveeld niet. De foto's blijven je verrassen, je inspireren en voor de gek houden. Ik vind dat deze serie foto's gevarieerder is dan de andere, op een of andere manier krijg ik bij deze per foto wel een gedetailleerd expliciet gevoel, terwijl bij de andere ze samen juist écht een geheel vormden. Dit betekent overigens niet dat ik een van de twee series beter vind, ze intrigeren mij beide oneindig.
Dit zijn mijn favorieten van deze serie. (Ik bespreek de foto's in deze volgorde: Groot, rechts boven, rechts midden, rechtsonder).
Ondanks het feit dat de man die op deze foto staat me erg aanspreekt, ben ik me ook aan het verbazen over de originaliteit van deze foto, het duurt een paar tellen voor je door hebt dat er een mevrouw in een kanten sluier gehuld staat. Het kant is zo verwerkt met de fletse blauwe lucht dat het je eerst niet opvalt. Het contrast met de donkere kledij van de man sluit perfect aan.
De tweede foto vind ik gewoon liefelijk, er is met de zelfde tinten gewerkt, er is creatief gedacht en al met al ziet het er niet gek uit. Ondanks dat het gehele hoofddeksel bestaat uit prachtige bloemen verbaas je je er niet over. Dit is nu het soort afbeelding waar je eeuwen naar kunt kijken, maar toch boven je bank kan hangen aan een kale muur, if you know what I mean? (Waarschijnlijk niet, maar oké).
In de derde foto is een stukje humor verweven, de manier waarop haar rode jurkje fel afsteekt van de kleuren, de manier waarop ik pas later ontdekte dat ze een naaimachine vastpakte, heerlijk. Echt een prachtwerk.
Over de laatste foto kan ik niet veel meer zeggen dan wauw, ik ben zó onder de indruk, ik heb nu de foto met de kanten sluier als grootste maar ik heb getwijfeld, nu weer ben ik aan het nadenken om het te veranderen. Deze foto spreekt, de drukke achtergrond, de niet meer zo smetteloos perzikkleurige jurk, de paraplu, het mooie model en de onderzoekende blik naar boven, ik ben verkocht.

Deze foto's zijn echt onbeschrijfelijk mooi, ze hebben verbanden zoals in de eerste reeks de creativiteit met de natuur en in de tweede reeks de terugkerende fletse, pastel kleurige tinten. Ik heb ontzettend genoten van het onder elkaar zetten van deze foto's en kan dus niet meer dan aanraden om ook een bezoekje aan de site te brengen, te klikken op de titel dan op fotografie en te genieten met volle teugen!


Gedichten

Poetry is the breath and finer spirit of all knowledge.
— William Wordsworth

Wanneer ik iets over gedichten schrijf kun je natuurlijk begrijpen dat er veel Engels bij komt kijken, ik heb 3 Engelse gedichten uitgezocht, waarvan ik bij 2 niet het gehele gedicht laat zien vanwege de lengte en daarnaast nog één Nederlands gedicht. Het zijn allemaal verzamelingen van letters, die mijn hart vol met woorden sneller doen kloppen.

Een vriendin van me vertelde me over dit gedicht, en ik heb het nu al een paar keer geheel doorgelezen en begrijp precies wat zij erin ziet. Ze liet me kennis maken met dit gedicht doormiddel van een youtube filmpje, een deel van het gedicht wordt hier ingesproken door de band Omnia, met hier en daar wat muziek, het geeft het gedicht een voller iets en naast de tekst die ik hier in zal zetten geef ik jullie ook de link van het filmpje.
Het gedicht is geschreven door Edgar Allan Poe, het is dezelfde tekst die behandeld wordt in de video, ik vond het oneerbiedig om zomaar een stuk weg te laten. The Raven.

Once upon a midnight dreary, while I pondered weak and weary,
Over many a quaint and curious volume of forgotten lore,
While I nodded, nearly napping, suddenly there came a tapping,
As of some one gently rapping, rapping at my chamber door.
`'Tis some visitor,' I muttered, `tapping at my chamber door -
Only this, and nothing more.'

Ah, distinctly I remember it was in the bleak December,
And each separate dying ember wrought its ghost upon the floor.
Eagerly I wished the morrow; - vainly I had sought to borrow
From my books surcease of sorrow - sorrow for the lost Lenore -
For the rare and radiant maiden whom the angels name Lenore -
Nameless here for evermore.

And the silken sad uncertain rustling of each purple curtain
Thrilled me - filled me with fantastic terrors never felt before;
So that now, to still the beating of my heart, I stood repeating
`'Tis some visitor entreating entrance at my chamber door -
Some late visitor entreating entrance at my chamber door; -
This it is, and nothing more,'

Presently my soul grew stronger; hesitating then no longer,
`Sir,' said I, `or Madam, truly your forgiveness I implore;
But the fact is I was napping, and so gently you came rapping,
And so faintly you came tapping, tapping at my chamber door,
That I scarce was sure I heard you' - here I opened wide the door; -
Darkness there, and nothing more.

Deep into that darkness peering, long I stood there wondering, fearing,
Doubting, dreaming dreams no mortal ever dared to dream before;
But the silence was unbroken, and the darkness gave no token,
And the only word there spoken was the whispered word, `Lenore!'
This I whispered, and an echo murmured back the word, `Lenore!'
Merely this and nothing more.

Back into the chamber turning, all my soul within me burning,
Soon again I heard a tapping somewhat louder than before.
`Surely,' said I, `surely that is something at my window lattice;
Let me see then, what thereat is, and this mystery explore -
Let my heart be still a moment and this mystery explore; -
'Tis the wind and nothing more!'

Open here I flung the shutter, when, with many a flirt and flutter,
In there stepped a stately raven of the saintly days of yore.
Not the least obeisance made he; not a minute stopped or stayed he;
But, with mien of lord or lady, perched above my chamber door -
Perched upon a bust of Pallas just above my chamber door -
Perched, and sat, and nothing more.

Then this ebony bird beguiling my sad fancy into smiling,
By the grave and stern decorum of the countenance it wore,
`Though thy crest be shorn and shaven, thou,' I said, `art sure no craven.
Ghastly grim and ancient raven wandering from the nightly shore -
Tell me what thy lordly name is on the Night's Plutonian shore!'
Quoth the raven, `Nevermore.'

Much I marvelled this ungainly fowl to hear discourse so plainly,
Though its answer little meaning - little relevancy bore;
For we cannot help agreeing that no living human being
Ever yet was blessed with seeing bird above his chamber door -
Bird or beast above the sculptured bust above his chamber door,
With such name as `Nevermore.'

But the raven, sitting lonely on the placid bust, spoke only,
That one word, as if his soul in that one word he did outpour.
Nothing further then he uttered - not a feather then he fluttered -
Till I scarcely more than muttered `Other friends have flown before -
On the morrow he will leave me, as my hopes have flown before.'
Then the bird said, `Nevermore.'

Startled at the stillness broken by reply so aptly spoken,
`Doubtless,' said I, `what it utters is its only stock and store,
Caught from some unhappy master whom unmerciful disaster
Followed fast and followed faster till his songs one burden bore -
Till the dirges of his hope that melancholy burden bore
Of "Never-nevermore."'

But the raven still beguiling all my sad soul into smiling,
Straight I wheeled a cushioned seat in front of bird and bust and door;
Then, upon the velvet sinking, I betook myself to linking
Fancy unto fancy, thinking what this ominous bird of yore -
What this grim, ungainly, ghastly, gaunt, and ominous bird of yore
Meant in croaking `Nevermore.'

This I sat engaged in guessing, but no syllable expressing
To the fowl whose fiery eyes now burned into my bosom's core;
This and more I sat divining, with my head at ease reclining
On the cushion's velvet lining that the lamp-light gloated o'er,
But whose velvet violet lining with the lamp-light gloating o'er,
She shall press, ah, nevermore!

Then, methought, the air grew denser, perfumed from an unseen censer
Swung by Seraphim whose foot-falls tinkled on the tufted floor.
`Wretch,' I cried, `thy God hath lent thee - by these angels he has sent thee
Respite - respite and nepenthe from thy memories of Lenore!
Quaff, oh quaff this kind nepenthe, and forget this lost Lenore!'
Quoth the raven, `Nevermore.'

`Prophet!' said I, `thing of evil! - prophet still, if bird or devil! -
Whether tempter sent, or whether tempest tossed thee here ashore,
Desolate yet all undaunted, on this desert land enchanted -
On this home by horror haunted - tell me truly, I implore -
Is there - is there balm in Gilead? - tell me - tell me, I implore!'
Quoth the raven, `Nevermore.'

`Prophet!' said I, `thing of evil! - prophet still, if bird or devil!
By that Heaven that bends above us - by that God we both adore -
Tell this soul with sorrow laden if, within the distant Aidenn,
It shall clasp a sainted maiden whom the angels name Lenore -
Clasp a rare and radiant maiden, whom the angels name Lenore?'
Quoth the raven, `Nevermore.'

`Be that word our sign of parting, bird or fiend!' I shrieked upstarting -
`Get thee back into the tempest and the Night's Plutonian shore!
Leave no black plume as a token of that lie thy soul hath spoken!
Leave my loneliness unbroken! - quit the bust above my door!
Take thy beak from out my heart, and take thy form from off my door!'
Quoth the raven, `Nevermore.'

And the raven, never flitting, still is sitting, still is sitting
On the pallid bust of Pallas just above my chamber door;
And his eyes have all the seeming of a demon's that is dreaming,
And the lamp-light o'er him streaming throws his shadow on the floor;
And my soul from out that shadow that lies floating on the floor
Shall be lifted - nevermore!
Als ik je nadat je dit geheel gelezen heb vertel dat 'Lenore' zijn overleden vrouw vertegenwoordigd en 'The Raven' zijn depressie, die hem langzaam overneemt, moet je toch bijna wel een vorm van respect krijgen voor dit bijzondere gedicht. Ik bedank mijn lieve vriendin dan ook hartelijk dat ze mij ermee kennis heeft laten maken, het metaforische, de herhaling en het woordgebruik, het staat me allemaal onwijs aan.


De dichter die mij verliefd heeft laten worden op Engelse poezië mag natuurlijk niet ontbreken, het gedicht "Endyniom extract" sprak me meteen aan, de manier waarop John Keats dingen ziet, opmerkt en dan kan verwoorden intrigeert me al vanaf het moment dat ik met hem 'in aanraking' ben gekomen. Het is een erg lang gedicht, daarom zet ik alleen het eerste stuk hier neer.

A THING of beauty is a joy for ever:
Its loveliness increases; it will never
Pass into nothingness; but still will keep
A bower quiet for us, and a sleep
Full of sweet dreams, and health, and quiet breathing. 5
Therefore, on every morrow, are we wreathing
A flowery band to bind us to the earth,
Spite of despondence, of the inhuman dearth
Of noble natures, of the gloomy days,
Of all the unhealthy and o’er-darkened ways 10
Made for our searching: yes, in spite of all,
Some shape of beauty moves away the pall
From our dark spirits. Such the sun, the moon,
Trees old and young, sprouting a shady boon
For simple sheep; and such are daffodils 15
With the green world they live in; and clear rills
That for themselves a cooling covert make
’Gainst the hot season; the mid-forest brake,
Rich with a sprinkling of fair musk-rose blooms;
And such too is the grandeur of the dooms 20
We have imagined for the mighty dead;
All lovely tales that we have heard or read:
An endless fountain of immortal drink,
Pouring unto us from the heaven’s brink.


Mocht je geïnteresseerd zijn in deze man die o zo mooi kon schrijven dan raad ik de film 'Bright Star' aan, het is een mooie film waarbij je in het leven van John Keats met zijn geliefde Fanny Brown duikt. Dankzij die film ben ik enthousiast geworden.

Het volgende gedicht en tevens het laatste Engelse gedicht is van William Wordsworth, mijn moeder heeft het me eens voorgelegd omdat zij het zo mooi vond.
Al vrij snel kwam ik erachter dat ik dezelfde liefde met haar deelden en ik werd zo ook verliefd op dit gedicht. Het heet "I wandered lonely as a cloud".
Mij doet het denken aan Engeland, wanneer je hier in het voorjaar komt zie je overal narcissen staan, in vergelijking tot in Nederland niet alleen in tuintjes. Ze staan naast de weg, in weilanden, in de berm, waar je ook kijkt, zij kijken terug met hun leuke fel geel gekleurde kopjes.

I wandered lonely as a cloud
That floats on high o’er vales and hills,
When all at once I saw a crowd,
A host, of golden daffodils;
Beside the lake, beneath the trees,
Fluttering and dancing in the breeze.

Continuous as the stars that shine
And twinkle on the Milky Way,
They stretched in never-ending line
Along the margin of a bay:
Ten thousand saw I at a glance,
Tossing their heads in sprightly dance.

The waves beside them danced, but they
Out-did the sparkling waves in glee:
A Poet could not but be gay,
In such a jocund company:
I gazed—and gazed—but little thought
What wealth the show to me had brought:

For oft, when on my couch I lie
In vacant or in pensive mood,
They flash upon that inward eye
Which is the bliss of solitude;
And then my heart with pleasure fills,
And dances with the daffodils.


 Ik wil dit artikeltje afsluiten met een gedicht van eigen bodem, het is geschreven door Paul Rodenko en het was een van de eerste gedichten dat mij in het Nederlands aansprak. Veel meer kan ik er niet over zeggen dan dat ik het beeld van het huis van piano's en trappen mooi vind en de blauwe bloemen op blauwe zijden, hopelijk jullie ook. Het heet Februarizon.
Weer gaat de wereld als een meisjeskamer open
het straatgebeuren zeilt uit witte verten aan
arbeiders bouwen met aluinen handen aan
een raamloos huis van trappen en piano's.
De populieren werpen met een schoolse nijging
elkaar een bal vol vogelstemmen toe
en héél hoog schildert een onzichtbaar vliegtuig
helblauwe bloemen op helblauwe zijde. De zon speelt aan mijn voeten als een ernstig kind.
Ik draag het donzen masker van
de eerste lentewind.
Het is ondertussen kwart voor 10, en ik heb nog maar een kwartiertje de tijd om dit online te zetten, of het wordt na 16:00 i.v.m. school.
Ik vond het heerlijk om dit artikeltje te schrijven, het is lang en voor de mensen die eigenlijk helemaal niet zo houden van kunst in welke vorm dan ook zullen zich hier dan ook niet zo in kunnen vinden, maar ik heb echt genoten om mijn favoriete gedichten ( er zijn er nog zo veel meer dan wat ik hier heb staan) onder elkaar te zetten en de prachtige foto series die ik gevonden heb met jullie te delen.
Laat me weten wat je ervan vindt, en als je zelf een mooie foto hebt, een favoriet gedicht of ander kunstobject, mail het naar mij door of reageer onder dit artikeltje! Ik ben onwijs benieuwd naar hoe jullie hier tegen aan kijken.

Bedankt als je deze mega lap tekst geheel gelezen hebt en sowieso tot volgende week dinsdag!

Liefs, xxx.

Aimée

Poetry is the language in which man explores his own amazement… says heaven and earth in one word… speaks of himself and his predicament as though for the first time
— Christopher Fry

Een reactie plaatsen